Een fietstocht door Frankrijk en Spanje in 1983

, ,

Schetsje in mijn schriftje van het uitzicht vanaf een caféterras in Larrau, vlak voor de klim over de col. Mijn camera was immers stuk!

 

De Tour de France is volop bezig en dat brengt me terug naar mijn eigen Tour de France en deels ook Spaanse Vuelta die ik in augustus 1983 reed. 1983 was een moeilijk jaar: mijn vader overleed, de verkering met mijn vriendin T was aan het verlopen en mijn fotografencarrière kwam totaal niet van de grond. Na eerst wat andere mogelijkheden te hebben overwogen besloot ik om een fietstocht te maken van Tours naar Sacedón (provincie Guadalajara). In Sacedón, prachtig gelegen aan een van de grootste stuwmeren van Spanje – het Embalse de Entrepeñas – zou zich net als in de jaren daarvoor een hele vriendengroep uit Amsterdam verzamelen in de witte villa met zwembad van de ouders van een van ons. Het vooruitzicht om na een inspannende fietstocht verenigd te worden met vriendin T en de rest leek me heel aanlokkelijk. Onderweg hield ik een verslag bij dat ik ‘Per aspera ad astra’ had gedoopt (Over de steilten naar de sterren) en schreef in de vorm van een brief aan mijn vriendin. Ik heb het schriftje nog, maar zij heeft het nooit gelezen. Daarover later iets meer.

 

Voorbereidingen

Mijn fiets, een Koga Miyata met 21 Shimano versnellingen (3 bladen (32-42-52) voor, 7 bladen achter (14-28)) had ik tevoren opgestuurd met de NS vanaf Amsterdam-Centraal. Dat ging destijds nog heel eenvoudig: je bracht je fiets naar het station, op een label aan het stuur stond geschreven waar hij naartoe moest en dan kon je hem ongeveer een week later ter plaatse op het station naar keuze ophalen. Wat een gemak, waarom bestaat dat niet meer? De bagage moest ik wel zelf in de trein meenemen. Ik beschikte over twee Karrimor achtertassen en een stuurtas op zo’n draagframe. Onder de transparante klep zat een kaart zodat ik kon zien hoe ik moest rijden. Ten overvloede: we hebben het hier over het pre-internet en ook pre-mobiele-telefoon tijdperk. Onderweg was geen communicatie mogelijk, weer-apps bestonden ook nog niet; de krant van gister kon je krijgen. Uitgekiende fietsroutes werden pas in de jaren erna ontwikkeld, maar ik moest alles zelf op goed geluk en met beredeneerd verstand uitzoeken. Tevoren had ik wel een globale route uitgestippeld op de onvolprezen gele Michelinkaarten waar ik er een stuk of vier van bij me had. Voor Spanje waren geen goede kaarten op kleine schaal verkrijgbaar, alleen de (soms onnauwkeurige) Firestone 1:50.000 kwamen in de buurt.

Ik had als startpunt Tours (aan de Cher, ten zuiden van Parijs) uitgekozen omdat me dat gunstig leek, dan hoefde ik niet eerst met de fiets naar Parijs en daaromheen (het scheelde ook tijd en een paar kaarten in de bagage), maar kon ik al meteen door mooie landschappen rijden. Dat bleek een goede keuze. Ook over mijn bagage had ik goed nagedacht. Ik had al wat fietsvakantie-ervaring, opgedaan in het jaar daarvoor toen ik met T vanaf Galicië de hele Portugese kust was langs gefietst en vervolgens naar Sevilla en Córdoba. Ook toen was de vakantie geëindigd in Sacedón en ik wist dat je in Spanje makkelijk de fiets in sommige treinen kon meenemen en zelfs in interlokale bussen in de bagageruimte onderin mocht schuiven als er plek was. Ik had een lichtgewicht tentje, een aluminiumkleurige Thermo van Fjällräven, een lichtgewicht slaapzak en dito slaapmatje en allerlei handige dingetjes om eten te kunnen maken, zoals een mini-roostertje voor vis en vlees, een flesje met gemengd peper/zout/kruiden enzovoort. Ook een campinggasje en een kleine cafetera behoorden tot mijn uitrusting, evenals een camera (analoog natuurlijk) met enkele fotorolletjes. Ik was klaar voor de reis.

De eerste pagina uit mijn reisschriftje: compleet verregend, de inkt is uitgelopen.

 

Alles nat geworden en weer droog, maar beschadigd

De eerste etappe van Tours naar Le Blanc verliep uitstekend maar al op de tweede dag naar Nantiat werd ik op het plateau van de Limousin overvallen door een aantal verschrikkelijke regenbuien. Niet alleen bleken mijn fietstassen niet waterdicht, ook mijn fietskleding was daar niet op berekend, met nat geworden en pijnlijk schurend kruis tot bloedens toe als gevolg. Mijn camera, een Nikon FE, bleek zodanig door vocht aangetast dat hij compleet total-loss ging. Als ik het verslag van toen teruglees bleek dat die ene dag in de regen van doorslaggevende invloed is geweest. Ik kon geen foto’s meer maken en moest alles beschrijven. Dat deed ik nauwgezet, vaak drie of vier keer per dag tijdens stops en na afloop. Daarom weet ik nu nog altijd precies waar ik geweest ben, welke route ik nam en wat er onderweg zoal plaatsvond aan avonturen, belevenissen en ontmoetingen. Mijn, overigens ook totaal natgeregende en soms moeilijk leesbare, reisschriftje koester ik dan ook nog steeds, al heb ik het inmiddels ook helemaal overgetikt op een computer.

De ouders van T bezaten destijds een vakantiehuisje in de Dordogne, in de buurt van Les Eyzies (‘hoofdstad van de Europese prehistorie’) en ik had tevoren geregeld dat ik daar een paar dagen zou verblijven. Dat kwam uitstekend uit om al mijn natgeworden bagage te kunnen drogen. Haar ouders zelf ontmoette ik op mijn laatste dag daar en het werd een hele leuke ontmoeting. Beiden zijn inmiddels overleden; haar moeder al in 1985, haar vader, toen bijna 100, pas in 2022.

Ondanks de soms zware weersomstandigheden (hitte afgewisseld met stortbuien), zette ik mijn fietstocht in een goed humeur verder. Ik reed de zogeheten route des Bastides (Belvès, Monpazier, Villeréal, Castillonès) richting het zuidwesten naar Aire sur l’Adour. Mijn gemiddelde bedroeg intussen zo’n 80 tot 100 kilometer per dag en dat met flinke bepakking (plm. 18 kg) op een analoge fiets. Kamperen deed ik op campings, maar ook wel in het wild, aan de rivieren de Vézère, de Dordogne en de Adour. Dat waren mooie belevenissen onder schitterende sterrenhemels. Mijn laatste pleisterplaats in Frankrijk was Oloron Sainte-Marie, aan de voet van de Pyreneeën.

 

Over de cols

In Oloron startte ik mijn etappe over twee Pyreneeëncols, de Col de Erroymendi (1365 m) en de Port de Larrau (1585 m) richting Spaans Navarra. Ik had deze passen uitgekozen omdat er weinig autoverkeer zou zijn. Dat klopte inderdaad, maar het was bepaald niet de makkelijkste weg. Hij was dermate steil dat ik hele stukken moest lopen, ondertussen die best wel zwaar bepakte fiets omhoog duwend. Het uitzicht en de omstandigheden bovenop de Port de Larrau, op de flanken van de Pic de Orhy waren magistraal, een steenarend vloog over. De namen van de bergen en bossen rondom klonken als uit een boek van Tolkien: Otchogorrigagna, Zitziratzia. Tevoren had ik bedacht te gaan kamperen in de buurt van het dorpje Ochogavia, maar tijdens de afdaling vanaf de Port de Larrau zoefde ik daar met ruim 45 km per uur voorbij. Het leek me beter gebruik te maken van de lekkere afdaling (er kwam geen einde aan) en reed die dag zodoende meer dan 120 kilometer, helemaal tot aan Lumbier in het laagland. Dat leerde me dat je in een bergrit evenveel, en soms zelfs meer kilometers kunt rijden dan in een vlakke. De snelle afdaling compenseert de traagheid van bergopwaarts.

Restaurantrekening uit Lumbier voor 1 cena (avondmaaltijd incusief wijn), 700 pesetas.

Op de meseta

De dagen daarna verliepen wat moeizaam; de frisheid van de bergen had plaatsgemaakt voor de vochtige hitte van het Spaanse laagland. De fiets- en kampeermogelijkheden waren in het dal van de Ebro destijds nog heel minimaal, dus ik besloot om een stuk over te slaan en vanuit Castejon de bus te pakken naar het hoog op de meseta gelegen Soria. Dat bleek een goede beslissing want het fietsen ging daarna een stuk beter, ook al waren de temperaturen overdag hoog, ’s nachts koelt het flink af en begint de dag toch weer fris. Soria bleek een hele leuke en gezellige stad waar ik mijn intrek nam in een hostal. De prijzen van zo’n pensionnetje waren in de jaren 80 in Spanje bespottelijk laag; voor 1000 pesetas (iets meer dan een tientje) was je al onderdak. Ik reed het stadje op en neer op mijn Koga Miyata en ontving goedkeurende blikken. Ik parkeerde hem tegen een bankje en tijdens de avondlijke paseo over de Alameda Cervantes gingen mensen door de knieën om hem te bekijken. ‘Bent u helemaal vanuit Nederland komen fietsen?’ No señor, dat ook weer niet, maar wel vanuit Francia. Min of meer dan. Ik was destijds nog niet heel erg met geschiedenis bezig, maar al wel een beetje, dus ik nam ook de gelegenheid om vanuit Soria naar de ruïnes van Numancia te fietsen, een Celtiberisch oppidum uit de ijzertijd. Ik heb er echter geen enkele herinnering meer aan. Alleen mijn schriftje vertelt me dat ik er inderdaad geweest ben (“Mooie ruïnes voor wie er oog voor heeft”).

Vanuit Soria was het nog maar een paar dagen fietsen naar Sacedón. Het was een mooie, maar ook bloedhete tocht over de meseta. Dat is dan wel een hoogvlakte, maar hij wordt doorsneden door diepe rivierkloven, waardoor je soms toch stevig moet klimmen, gevolgd door heerlijk dalen. Via stadjes als Sigüenza en Cifuentes bereikte ik mijn eindbestemming, om met een hardgrondig ‘hè hè, is me dat trappen’, vanaf de fiets meteen het zwembad in te duiken. Ik had het volbracht na iets van 800 kilometer fietsen in tweeënhalve week.

 

En toen?

Had ik de sterren bereikt na de steilten? Voor een deel wel. De fietstocht had me behoorlijk teruggeworpen op mezelf en vormde daardoor een louterende ervaring waar ik na al die jaren nog altijd met genoegen op terugkijk. Ik besloot niet lang daarna het roer om te gooien en geschiedenis te gaan studeren. Ik had vastgesteld dat mijn jeugd (ik was toen midden 20) nu echt voorbij was en ik iets zinvols met mijn leven moest gaan doen. De tocht bracht echter niet het herstel van de relatie met vriendin T. Ik concludeerde dat wij elkaar niet gelukkig maakten en verliet al na een paar dagen gedesillusioneerd het gezelschap in Spanje. Het schriftje nam ik mee en heb ik haar nooit laten lezen. Ik vertrok naar Madrid en vanaf daar met de trein terug naar huis. De fiets zou mij later volgen en kwam helaas enigszins in de kreukels terug in Amsterdam. Dat hadden we op dat moment sterk met elkaar gemeen.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *